Statistieken

 

 

 
31.12.10
31.12.09
21.12.08
01.01.08
07.05.07
01.06.06
01.06.05
01.06.04
15.05.03
10.06.02
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
TOTAAL
 6309
6059
5913
5506
4.954
4.486
4596
4543
4.269
3.981
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Grond van erkenning
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Belg diploma art 1
 5997
5606
5443
5051
4521
4280
4400
4354
4111
3849
Belg diploma art 12*
 62
72
92
92
92
86
84
83
79
79
EG diploma
 82
161
127
123
108
87
76
71
51
37
Non EG diploma
 10
24
24
14
13
8
6
6
6
4
Erkenningcommissie**
 158
196
227
226
220
25
30
29
22
12
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Geslacht
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
mannen
 1483
1488
1589
1520
1407
1320
1400
1387
1317
1244
vrouwen
 4826
4571
4324
3986
3547
3166
3196
3156
2952
2737
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Geslacht en taalgroep
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Nederlandstalige mannen
715 
705
725
689
644
599
603
595
559
524
Nederlandstalige vrouwen
 2039
1857
1621
1478
1330
1157
1030
1010
923
836
Franstalige mannen
 768
783
864
831
763
721
797
792
758
719
Franstalige vrouwen
 2787
2714
2703
2518
2217
2009
2166
2146
2029
1902
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Gewest / buitenland
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Vlaams Gewest
2825 
2635
2420
2235
 
 
 
 
 
 
Waals Gewest
 2472
2424
2494
2358
 
 
 
 
 
 
Brussels Hoofdst. Gewest
 933
899
891
 814
 
 
 
 
 
Buitenland
 79
101
108
99
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

  

 

* Personen die, vóór de inwerkingtreding van deze wet, een diploma behaald hebben aan een faculteit of een instituut voor psychologie en pedagogie van een Belgische universiteit waarvan de gelijkwaardigheid aan de in artikel 1, 1°, a) en b) van de wet van 8 november 1993, bedoelde diploma's erkend is door de Minister van Middenstand, na advies van de Commissie, rekening houdende met de aanvullende vorming die verkregen werd in dezelfde instellingen, zelfs na de bekendmaking van deze wet.
** Personen ten aanzien van wie de Erkenningscommissie een gunstige beslissing heeft genomen, of ten aanzien van wie de Minister van Middenstand een gunstige beslissing heeft genomen. De personen moeten op de datum van de inwerkingtreding van deze wet houder zijn van een diploma in de psychologie behaald in het hoger onderwijs buiten de universiteit dat door de Staat of door de Gemeenschap georganiseerd, erkend of gesubsidieerd wordt, en gedurende ten minste drie jaar of vier jaar naargelang van het behaalde diploma een beroep hebben uitgeoefend dat verband houdt met de psychologie.