Het patiëntendossier van klinisch psychologen

Onderstaande informatie is gebaseerd op de geldende wetgeving, de rechtsleer en de deontologische code. Het feit dat we deze informatie publiceren is geen standpuntinname, maar vloeit voort uit de wens van de Psychologencommissie om psychologen te informeren over de voor hen relevante regelgeving. De gegeven informatie is bovendien niet te beschouwen als een bindend advies of een advies op maat. De toepassing ervan valt steeds onder de verantwoordelijkheid van de psycholoog zelf die zijn afweging maakt in functie van de specifieke situatie. 

Gebruikte afkortingen: WPR = Wet op de Patiëntenrechten; WVP = Wet Verwerking Persoonsgegevens; DC = Deontologische Code

Met hun opname in de gecoördineerde wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, zijn ook klinisch psychologen gebonden aan de WPR en hebben hun patiënten voortaan recht op een zorgvuldig bijgehouden en veilig bewaard patiëntendossier (art. 9§1 WPR). Een patiëntendossier dient verschillende doelstellingen1 maar is in de eerste plaats een werkinstrument: het brengt alle informatie over de patiënt samen en helpt de zorgverlener om continue zorg aan te bieden.

Hieronder vindt u een overzicht van de verschillende bepalingen die op dit dossier van toepassing zijn.

Inhoud

  1. De inhoud en de vorm van het patiëntendossier
  2. Het recht van de patiënt op verbetering
  3. Het recht van de patiënt op toevoeging
  4. Bewaartijd van een dossier
  5. Het recht op inzage in zijn dossier
  6. Inzage in het dossier door de nabestaanden van de patiënt, na zijn overlijden
  7. Afschrift van het dossier 
  8. Therapeutische exceptie versus inzagerecht 
  9. Hoe moet u ‘persoonlijke notities’ begrijpen ? 
  10. Verwijzingen

1. De inhoud en de vorm van het patiëntendossier

Zowel in de WPR zelf als in andere wetgeving is nog niet uitdrukkelijk bepaald aan welke inhoudelijke, technische en vormelijke criteria het patiëntendossier van een klinisch psycholoog moet voldoen. Dit in tegenstelling tot andere dossiers, zoals medische dossiers in ziekenhuizen, waarvoor wel een aantal wettelijke minimumvoorwaarden zijn vastgelegd2. Er is dus (nog) niet specifiek vastgelegd :

  • Welke kwalitatieve gegevens u in het dossier dient op te nemen (bijvoorbeeld data van consultaties, testresultaten, de symptomen die een patiënt naar voren brengt, …)3
  • Of u moet toevoegen welke gegevens u met andere zorgverstrekkers hebt uitgewisseld die betrekking hebben op de gezondheid of behandeling van de patiënt4
  • Hoe lang u uw patiëntendossier precies dient te bewaren5
  • Of u uw dossiers elektronisch of op papier dient bij te houden*. Dit beslist u momenteel nog zelf. Uw patiënten kunnen ook niet van u eisen dat hun dossier elektronisch, dan wel op papier aanlegt6.

Hoewel er geen specifieke criteria bestaan zijn er wel een aantal algemene bepalingen waarmee u, als klinisch psycholoog, best rekening houdt bij het opstellen van een patiëntendossier:

  • U bewaart uw dossiers op een zorgvuldige en veilige manier (art. 9 §1 WPR). Dit betekent dat uw dossiers voldoende beveiligd moeten zijn tegen bijvoorbeeld brand, overstroming of cyberaanvallen. Anderzijds dient de opmaak en bewaring evenzeer te garanderen dat het beroepsgeheim gewaarborgd blijft (zie hiervoor ook art. 19 DC).
  • Uw dossier is volledig7 en bevat alle ‘essentiële’ gegevens’8 over uw patiënt. Er bestaan echter nog geen criteria die beschrijven wat precies onder ‘essentiële gegevens’ moet worden verstaan.
  • De persoonsgegevens die u erin opneemt:
    • Moet u op een eerlijke en rechtmatige manier verwerken (art. 4 WVP). U dient dus transparant te zijn over het feit dat u persoonsgegevens verzamelt en de redenen daarvoor9
    • Mag u slechts voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden verkrijgen. U mag ze verder niet gebruiken op een manier die onverenigbaar is met die doeleinden (art. 4 WVP). Dit laatste is bijvoorbeeld het geval wanneer een oogarts de namen van zijn patiënten zou doorgeven aan een bedrijf dat contactlenzen produceert10.  
    • Zijn toereikend, doen terzake en zijn niet overmatig (art. 4 WVP). U verzamelt dus enkel die gegevens die noodzakelijk zijn om uw tussenkomst bij de patiënt tot een goed einde te brengen en verder op te volgen.
  • U waakt erover dat gegevens worden bijgewerkt en dat de onjuiste, onvolledige en niet terzake dienende gegevens worden verbeterd of verwijderd (art. 16, § 2 WVP).

* Weet wel dat minister van Volksgezondheid, Maggie De Block, de wet wenst aan te passen zodat enkel elektronische dossiers nog aanvaard worden. Zo beoogt ze multidisciplinaire samenwerking verder te ondersteunen en het inzagerecht van de patiënt te vergemakkelijken (>> klik hier voor meer informatie). Het is echter nog niet zeker of en wanneer een dergelijke wetswijziging er effectief zal komen. De Psychologencommissie neemt daaromtrent ook geen positie, gezien dit niet onder haar bevoegdheden valt. Deze informatie wordt alleen gegeven  ter indicatieve titel.  Wat betreft multidisciplinaire samenwerking wijzen we er bovendien op dat alle voorwaarden van het gedeeld beroepsgeheim onverminderd van toepassing blijven. Deze vindt u terug in artikel 14 van de deontologische code.

Terug

2. Het recht van de patiënt op verbetering

Uw patiënten hebben steeds een recht op verbetering (art. 12§1 Wet verwerking Persoonsgegevens). Hieruit volgt dat u verplicht bent om fouten in het dossier kosteloos te verbeteren als uw patiënt daarom vraagt. Denk bijvoorbeeld aan incorrecte, achterhaalde als onvolledige gegevens. Stelt u zelf een fout vast? Dan kunt u deze uiteraard op eigen initiatief rechtzetten.

Het verbeterrecht van de patiënt is geen absoluut recht11. Zo kunt u gemakkelijk objectieve fouten aanpassen, zoals een verkeerd huisnummer. Een dergelijke aanpassing is immers niet voor discussie vatbaar. Het ligt echter al wat moeilijker als uw patiënt vraagt om uw beoordeling van zijn wilsbekwaamheid te veranderen. Gaat u niet akkoord met de gevraagde verandering? Dan moet u daar niet op ingaan. U noteert dan wel expliciet in het dossier dat uw patiënt niet akkoord gaat met bepaalde informatie in het dossier en de reden hiervoor.  

Terug

3. Het recht van de patiënt op toevoeging

Indien uw patiënt daarom vraagt voegt u eventuele documenten die hij u bezorgt toe aan het dossier (art. 9§1 lid 2 WPR), zoals bijvoorbeeld wetenschappelijke artikels en door de patiënt opgestelde verklaringen12.  Net zoals het recht op verbetering is ook het recht op toevoeging begrensd. Volgens T. Vansweevelt bent u hiertoe gehouden voor zover deze documenten (on)rechtstreeks relevant zijn voor de administratie of de gezondheidstoestand van de patiënt13

Terug

 

4. Bewaartijd van een dossier

Hoewel er voor patiëntendossiers van psychologen voorlopig geen wettelijke bewaartermijn vastligt, kan het aangewezen zijn om uw dossiers 30 jaar te bewaren. Dit komt overeen met de bewaartermijn voor de medische dossiers bewaard door ziekenhuizen14. Deze bewaartermijn dient zowel uw eigen belang als het belang van uw patiënt:

  • Als erkend psycholoog moet u de continuïteit van uw diensten verzekeren (art. 29 DC). Een dossier te snel vernietigen kan het moeilijk maken om de behandeling op een later moment vlot te hervatten. Bovendien kan een dossier, mits toestemming van de patiënt, doorgegeven worden aan een collega-psycholoog die de behandeling verderzet;
  • De wettelijke aansprakelijkheidstermijnen kunnen oplopen tot 30 jaar. Als een patiënt, of zijn nabestaande, een schadevergoeding van u eist, kunt u het dossier nodig hebben voor uw verdediging.

Is de bewaartermijn verstreken en wilt u een dossier vernietigen? Dan moet u dit uiteraard op een zorgvuldige manier aanpakken15. Zet uw dossiers dus niet bij het oud papier .

Mag u een dossier vernietigen op vraag van de patiënt?

Een dossier vernietigen op vraag van de patiënt doet u best niet omwille van de redenen aangehaald onder ‘bewaartijd en vernietiging van een dossier’.

Terug

5. Het recht op inzage in zijn dossier

Door de patiënt zelf

Uw patiënten hebben recht om zelfstandig en rechtstreeks hun volledige patiëntendossier of een deel daarvan in te kijken (art. 9§2). De volgende regels zijn van toepassing (art. 9§2):

  • U reageert binnen de 15 dagen op het verzoek tot inzage,
  • Gegevens die betrekking hebben op derden zijn uitgesloten van het recht op inzage,
  • Uw patiënt mag uw persoonlijke notities niet inkijken.

Het kan aangewezen zijn dat u aanwezig bent wanneer de patiënt zijn inzagerecht uitoefent16.  Zo kan u hem, indien nodig, bijkomende toelichtingen geven. Uw aanwezigheid is echter niet verplicht. Indien de patiënt niet door u wenst te worden bijgestaan, mag hij zijn inzagerecht ook alleen uitoefenen.

Bent u niet beschikbaar om uitleg te geven of is er sprake van een conflict tussen u en uw patiënt? Dan kunt u bekijken of een andere psycholoog de patiënt kan ondersteunen tijdens de inzage en kan optreden als vertrouwenspersoon van de patiënt. De patiënt moet hiervoor wel zijn toestemming geven.

 

Door de vertrouwenspersoon van de patiënt

>> klik hier voor bijkomende toelichtingen over de vertrouwenspersoon

Een patiënt kan ook een vertrouwenspersoon aanduiden om samen met hem of in zijn plaats de rechten met betrekking tot zijn dossier uit te oefenen (art. 7§2 en art. 9 WPR). De patiënt moet dit wel schriftelijk bevestigen. Deze bevestiging voegt u vervolgens samen met de identiteit van de vertrouwenspersoon toe aan het patiëntendossier.

De vertrouwenspersoon kan een beoefenaar van een gezondheidszorgberoep zijn. In dat geval heeft deze ook recht op toegang tot en afschrift van uw persoonlijke notities (art. 9§2 WPR). De bestaansreden van deze bepaling? Er wordt van uitgegaan dat een beroepsbeoefenaar bij machte is om te vatten waarom die notities in het dossier van de patiënt zijn opgenomen17. Deze beroepsbeoefenaar hoeft bovendien niet noodzakelijk een klinisch psycholoog te zijn. Het kan evenzeer gaan om andere zorgberoepen die in de Wet van 10 mei 2015 zijn opgenomen: geneesheren, kinesitherapeuten, tandartsen,…18

Op de website van de FOD volksgezondheid vindt u een template die u kan gebruiken wanneer uw patiënt een vertrouwenspersoon wenst aan te stellen. Deze template is opgesteld door de Federale commissie rechten van de patiënt. >> klik hier

 

Door de vertegenwoordiger van de patiënt

Indien de patiënt zelf niet wilsbekwaam is om zijn Patiëntenrechten uit te oefenen, worden deze in principe uitgeoefend door een vertegenwoordiger van de patiënt (zie hoofdstuk IV in de WPR). U zal zelf, geval per geval moeten beoordelen aan de hand van een doordacht reflectieproces of de patiënt al dan niet wilsbekwaam is om zelf zijn Patiëntenrechten uit te oefenen.

Een minderjarige patiënt wordt bij de uitoefening van zijn Patiëntenrechten in principe vertegenwoordigd door zijn ouders die het gezag over hem uitoefenen of door zijn voogd.

Voor een meerderjarige patiënt voorziet artikel 14 WPR in een cascaderegeling.

Met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de patiënt, kunt u het verzoek van de vertegenwoordiger om inzage of afschrift van het patiëntendossier te bekomen, geheel of gedeeltelijk weigeren. U voegt een schriftelijke motivering voor deze weigering toe aan het patiëntendossier. In dergelijk geval wordt het recht op inzage of afschrift uitgeoefend door een door de vertegenwoordiger aangewezen beroepsbeoefenaar (art. 15 §1 WPR juncto art. 15 §3 WPR).

Terug

6. Inzage in het dossier door de nabestaanden van de patiënt, na zijn overlijden

Ook na het overlijden blijft het beroepsgeheim gelden. Maar, onder bepaalde omstandigheden kunnen de belangen van de nabestaanden zwaarder doorwegen dan het privacyrecht van de overleden patiënt19. Als de patiënt overlijdt, dan hebben zijn nabestaanden volgens de Wet op de Patiëntenrechten onder een aantal strikte voorwaarden de mogelijkheid om het patiëntendossier onrechtstreeks in te kijken (art. 9 §4). De wet voorziet echter geen recht op afschrift voor nabestaanden. Een afschrift is immers steeds persoonlijk en vertrouwelijk en kan daarom enkel bestemd zijn voor de patiënt zelf20.

De volgende cumulatieve voorwaarden zijn aan het inzagerecht na overlijden verbonden:

  • Het gaat om een onrechtstreeks inzagerecht. De nabestaande kan het dossier niet zelf inkijken, maar alleen via een beroepsbeoefenaar die hij zelf mag aanduiden,
  • Dit onrechtstreeks inzagerecht kan enkel uitgeoefend worden door de echtgenoot, de wettelijk samenwonende partner, de partner en bloedverwanten tot en met de tweede graad,
  • De patiënt mag zich er tijdens zijn leven niet uitdrukkelijk tegen hebben verzet,
  • Het verzoek zelf moet voldoende gemotiveerd en gespecifieerd zijn*
  • U geeft alleen inzage in documenten die relevant zijn voor de gegeven motivering (wanneer u deze legitiem acht). Illustratie bij deze bepaling in de memorie van toelichting21: “Zo zal er, wanneer het verzoek tot inzage gemotiveerd is door de wens de doodsoorzaak te kennen, geen inzage verleend worden in stukken uit het medisch dossier die betrekking hebben op feiten die geen enkel verband houden met de oorzaak van het overlijden.”

In elk geval kunt u niet op een verzoek van nabestaanden tot inzage ingaan indien niet aan bovenstaande voorwaarden is voldaan.

 

Vanaf wanneer is een verzoek tot inzage voldoende gemotiveerd en gespecifieerd?

De wet zelf omschrijft niet vanaf wanneer een verzoek tot inzage voldoende gemotiveerd en gespecifieerd is. Het is wel duidelijk dat het privacyrecht van de overleden patiënt enkel en alleen kan doorbroken worden indien de belangen van de verzoekers zwaarder doorwegen dan dit privacyrecht22. Deze afweging van belangen maakt u zelf23, geval per geval, in functie van de specifieke situatie. U houdt daarbij best ook rekening met invloed op de nagedachtenis van de overledene24. Volgens de deontologische code mag u eveneens niet ingaan op verzoeken van derden die een ongeoorloofd of immoreel doel nastreven (art. 43 DC). 

De memorie van toelichting bij de WPR geeft daarnaast nog een aantal voorbeelden waarin het gerechtvaardigd zou kunnen zijn dat een nabestaande om inzage vraagt:
  • in het kader van rouwverwerking,
  • om bepaalde erfelijke ziektes op te sporen,
  • als nabestaanden vermoeden dat u een fout hebt gemaakt,
  • enz.

Deze lijst kunt u meenemen in uw beslissing of u al dan niet op een verzoek kan ingaan. Het gaat niet om een bindende lijst.

Terug

7. Afschrift van het dossier 

In het verlengde van het inzagerecht voorziet de WPR ook een recht of afschrift van het volledige dossier of van een gedeelte daarvan (artikel 9§3). Dit mag, maar hoeft geen schriftelijke kopie te zijn, het kan ook digitaal (bijvoorbeeld via USB, in een e-mailbericht,…)25.

Aan het recht op afschrift zijn de volgende voorwaarden verbonden (artikel 9§3 WPR):

  • U geeft binnen de 15 dagen gevolg aan het verzoek tot afschrift,
  • U vermeldt op elk afschrift dat het strikt persoonlijk en vertrouwelijk is,
  • Gegevens die betrekking hebben op derden zijn uitgesloten van het recht op afschrift,
  • De patiënt heeft niet het recht om de persoonlijke notities in te zien en kan er dus ook geen afschrift van krijgen,
  • U weigert het afschrift als er duidelijke aanwijzingen zijn dat de patiënt onder druk wordt gezet om het dossier aan derden door te geven (vb. familielid, verzekeraar, …). Hoewel dit niet opgelegd wordt door de WPR zelf, kan evenwel nuttig zijn om deze weigering te documenteren in het dossier.

U mag bovendien een bedrag aanrekenen voor een afschrift. Hieraan hangen echter ook een aantal regels aan vast26:

  • Per gekopieerde papieren pagina (A4) mag u maximaal 0,10 euro aanrekenen,
  • Het totaalbedrag voor een schriftelijke kopie bedraagt per opvraging 25 euro,
  • U mag maximaal 10 euro aanrekenen voor een digitale kopie.

Terug

8. Therapeutische exceptie versus inzagerecht 

De Wet op de Patiëntenrechten omschrijft in artikel 7, §4 de ‘therapeutische exceptie’. Dit betekent dat u de informatie over de (evolutie van) de gezondheidstoestand uitzonderlijk niet aan uw patiënt moet meedelen als dit een klaarblijkelijk ernstig nadeel betekent voor zijn gezondheid of deze van derden. Zodra dit gevaar geweken is, bent u verplicht om de informatie alsnog door te geven aan uw patiënt.

Vooraleer u de ‘therapeutische exceptie’ kan inroepen moet u hierover een andere beroepsbeoefenaar raadplegen. U voegt daarenboven ook een schriftelijk motivatie toe aan het patiëntendossier. Als uw patiënt een vertrouwenspersoon heeft aangeduid, dan licht u deze hierover in.

Wat betekent dit nu voor het recht op inzage en afschrift? Wanneer de ‘therapeutische exceptie’ nog steeds van toepassing is, kan uw patiënt zijn inzagerecht en recht op afschrift enkel onrechtstreeks uitoefenen via een beoefenaar van een gezondheidszorgberoep die hij zelf aanduidt. Deze beroepsbeoefenaar heeft ook toegang tot de persoonlijke notities.

Terug

 

9. Hoe moet u ‘persoonlijke notities’ begrijpen? 

De Wet Patiëntenrechten geeft geen concrete definitie van ‘persoonlijke notities’. Het is aan de beroepsbeoefenaar zelf om te oordelen in welke mate bepaalde gegevens al dan niet persoonlijke notities zijn27. De memorie van toelichting bij het wetsontwerp betreffende de rechten van de patiënt geeft echter al wat meer richting. In de memorie worden persoonlijke notities omschreven als notities die28:

  • nodig zijn voor het ‘persoonlijk gebruik’ van de zorgverlener,
  • u afzonderlijk hebt opgeborgen,
  • voor niemand anders toegankelijk zijn (ook niet uw naaste collega’s of collega’s binnen het multidisciplinair team). Zodra u de aantekeningen toch spontaan voorlegt aan een collega zijn het per definitie geen ‘persoonlijke notities’ meer en kunt u ze niet uitsluiten van het inzagerecht.

Het gaat bijvoorbeeld om subjectieve indrukken, waarnemingen, werkhypotheses, denkpistes, vermoedens, geheugensteuntjes, persoonlijke kanttekeningen, aandachtspunten, overwegingen, of intuïtief aanvoelen29. De Orde der Artsen benadrukt nog dat persoonlijke nota’s niet noodzakelijk mogen zijn voor de kwaliteit en de continuïteit van de zorg30

Vanuit de vaststelling dat beroepsbeoefenaars persoonlijke notities vaak verwarren met handgeschreven notities31, vraagt de Federale ombudsdienst Rechten van de patiënt zich af of het toch niet nodig is om in de wet verder te verduidelijken wat inhoudelijk wordt bedoeld met persoonlijke notities.

Terug

10. Verwijzingen

1 Voor een overzicht, zie:

  • Vansweevelt, T. & Dewallens, F. (eds.) (2014). Handboek Gezondheidsrecht. Volume II. Rechten van patiënten: van embryo tot lijk. Antwerpen: Intersentia 2014, p. 429-30
  • J. Herveg, M.-N. Verhaegen & Y. Poullet, « Les droits du patients face au traitement informatisé de ses données dans une finalité thérapeutique : Les conditions d’une alliance entre informatique, vie privée et santé ». Rev. Dr. Santé 2002-2003, pp 56-84.

2 Zie hiervoor het Koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende het Algemeen Medisch Dossier (BS 17 juni 1999)

3 Federale ombudsdienst « Rechten van de patiënt », Jaarverslag 2011, p.86 >> klik hier om te raadplegen

4 Federale ombudsdienst « Rechten van de patiënt », Jaarverslag 2011, p.86 >> klik hier om te raadplegen

5 Federale ombudsdienst « Rechten van de patiënt », Jaarverslag 2015, >> klik hier om te raadplegen

6 Vansweevelt, T. & Dewallens, F. (eds.) (2014). Handboek Gezondheidsrecht. Volume II. Rechten van patiënten: van embryo tot lijk. Antwerpen: Intersentia 2014, p. 463

7 Vansweevelt, T. & Dewallens, F. (eds.) (2014). Handboek Gezondheidsrecht. Volume II. Rechten van patiënten: van embryo tot lijk. Antwerpen: Intersentia 2014, p. 432

8 Verslag namens de Commissie voor de Volksgezondheid, het Leefmilieu en de Maatschappelijke Hernieuwing uitgebracht door mevr. Michèle Gilkinet en dhr. Hubert Brouns, Parl.St. Kamer 2001-02, nr. 1642/012, p. 86 >> klik hier om te raadplegen

9 Privacycommissie (2013). Juridische nota over de bescherming van persoonsgegevens in België, p. 10 >> klik hier om te raadplegen

10 Voorbeeld ontleend uit  Privacycommissie (2013). Juridische nota over de bescherming van persoonsgegevens in België, p. 13 >> klik hier om te raadplegen

11 Vansweevelt, T. & Dewallens, F. (eds.) (2014). Handboek Gezondheidsrecht. Volume II. Rechten van patiënten: van embryo tot lijk. Antwerpen: Intersentia 2014, p. 462

12 Memorie van toelichting bij het wetsontwerp betreffende de rechten van de patiënt, Parl. St., Kamer, doc. 50,  2001-02, nr. 1642/001, p.29 >>klik hier om te raadplegen

13 Vansweevelt, T. & Dewallens, F. (eds.) (2014). Handboek Gezondheidsrecht. Volume II. Rechten van patiënten: van embryo tot lijk. Antwerpen: Intersentia 2014, p. 460

14 Zie artikel 1 in het Koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende het Algemeen Medisch Dossier (BS 17 juni 1999)

15 Vansweevelt, T. & Dewallens, F. (eds.) (2014). Handboek Gezondheidsrecht. Volume II. Rechten van patiënten: van embryo tot lijk. Antwerpen: Intersentia 2014, p. 567

16 Veys, M.N. (2008). De Wet Patiëntenrechten in de psychiatrie. Gent: Larcier, p. 196

17 Verslag namens de Commissie voor de Volksgezondheid, het Leefmilieu en de Maatschappelijke Hernieuwing uitgebracht door mevr. Michèle Gilkinet en dhr. Hubert Brouns, Parl.St. Kamer 2001-02, nr. 1642/012, p. 86 >> klik hier om te raadplegen

18 Vansweevelt, T. & Dewallens, F. (eds.) (2014). Handboek Gezondheidsrecht. Volume II. Rechten van patiënten: van embryo tot lijk. Antwerpen: Intersentia 2014, p. 515

19 Memorie van toelichting bij het wetsontwerp betreffende de rechten van de patiënt, Parl. St., Kamer, doc. 50,  2001-02, nr. 1642/001, p.34 >>klik hier om te raadplegen

20 Nys, H. (2014). Recht en bio-ethiek. Tielt: Uitgeverij Lannoo Campus, p. 90

21 Memorie van toelichting bij het wetsontwerp betreffende de rechten van de patiënt, Parl. St., Kamer, doc. 50,  2001-02, nr. 1642/001, p.35 >>klik hier om te raadplegen

22 Memorie van toelichting bij het wetsontwerp betreffende de rechten van de patiënt, Parl. St., Kamer, doc. 50,  2001-02, nr. 1642/001, p.34 >>klik hier om te raadplegen

23 Hausman, J.-M. « Chapitre II. Droits et obligations du patient et du psychologue clinicien » in J.-M. Hausman & G. Schamps (dir.) (2016). Aspects juridiques et déontologiques de l’activité de psychologue clinicien. Bruxelles: Bruylant, p. 41-242

24 Memorie van toelichting bij het wetsontwerp betreffende de rechten van de patiënt, Parl. St., Kamer, doc. 50,  2001-02, nr. 1642/001, p.34-35 >>klik hier om te raadplegen

25 Memorie van toelichting bij het wetsontwerp betreffende de rechten van de patiënt, Parl. St., Kamer, doc. 50,  2001-02, nr. 1642/001, p.35 >>klik hier om te raadplegen

26 Zie het Koninklijk Besluit van 2 februari 2007 tot vaststelling van het maximumbedrag per gekopieerde pagina dat de patiënt mag worden gevraagd in het kader van de uitoefening van het recht op afschrift van het hem betreffende patiëntendossier (BS 7 maart 2007)

27 Federale ombudsdienst « Rechten van de patiënt », Jaarverslag 2011, p.90 >> klik hier om te raadplegen

28 Memorie van toelichting bij het wetsontwerp betreffende de rechten van de patiënt, Parl. St., Kamer, doc. 50,  2001-02, nr. 1642/001, p.33 >>klik hier om te raadplegen

29 Zie:

  • Vansweevelt, T. & Dewallens, F. (eds.) (2014). Handboek Gezondheidsrecht. Volume II. Rechten van patiënten: van embryo tot lijk. Antwerpen: Intersentia 2014, p. 516
  • Nys, H. (2014). Recht en bio-ethiek. Tielt: Uitgeverij Lannoo Campus, p. 84

30 Orde der Artsen, ‘Advies Patiëntenrechtenwet’ van 26/07/2003 >> klik hier om te raadplegen

31 Federale ombudsdienst « Rechten van de patiënt », Jaarverslag 2011, p.90 >> klik hier om te raadplegen

Terug


 
Deel deze pagina